Samenvatting: In woord en beeld laat ik zien hoe je vanuit verschillende invalshoeken kunt kijken naar wat je in jezelf waarneemt — en hoe psychologisch zelfonderzoek zich kan verhouden tot een nonduale visie.
Onlangs had ik een interessant gesprek over de verhouding tussen de inhoud van mijn boek Ontdek je gebruiksaanwijzing en een nonduale visie. Ontdek je gebruiksaanwijzing verscheen onder mijn toenmalige roepnaam Jannie Ligthart. Sinds 2025 gebruik ik mijn officiële voornaam Anna.
In mijn boek gebruik ik de metafoor van een klas met verschillende leerlingen, of ‘ikken’, en een leraar voor de klas. Aanvankelijk werd in het gesprek geopperd dat ook die leraar uiteindelijk slechts een nieuw ‘ik’ vertegenwoordigt. Dat kan zo zijn wanneer iemand zich volledig met die rol identificeert. Maar de leraar is binnen mijn visie geen eindpunt. Hij of zij vertegenwoordigt een noodzakelijke fase in het zelfonderzoek: het ontwikkelen van overzicht, keuzevrijheid en verantwoordelijkheid.
In het onderstaande overzicht zou je kunnen zeggen dat Ontdek je gebruiksaanwijzing vooral ondersteuning biedt aan mensen die zich in fase 1 of 2 herkennen. Met het boek en in mijn gesprekken help ik hen op weg naar fase 3 en 4: de innerlijke delen leren herkennen en begrijpen, ermee leren omgaan en vervolgens ontdekken dat gedachten, gevoelens en innerlijke rollen kunnen worden waargenomen.
Daarmee ontstaat ruimte voor een volgende vraag: wie of wat is eigenlijk degene die dit alles waarneemt?
De fasen 5 en 6 liggen buiten het eigenlijke werkterrein van mijn boek. Woorden en concepten kunnen wel in die richting wijzen, maar kunnen de ervaring zelf niet voortbrengen. Het analyserende denken, dat in eerdere fasen nog een waardevolle hulpbron is, kan hier zelfs in de weg gaan staan. Meditatie kan mijns inziens ondersteunend zijn bij het openen voor deze andere dimensie van ervaren. Wie daarbij verdere begeleiding zoekt, kan aansluiting vinden bij mensen en tradities die zich specifiek op dit gebied richten.
Sommige mensen willen het psychologische werk van de eerste fasen het liefst overslaan en direct naar fase 5 of 6 bewegen. Mijns inziens is dat niet altijd helpend. Zonder voldoende zelfkennis, draagkracht en verantwoordelijkheid kan het verlangen naar eenheid ook een manier worden om pijnlijke gevoelens en innerlijke patronen uit de weg te gaan.
Voor mij gaat het daarom niet om een keuze tussen ‘iemand’ en ‘niemand’, tussen vorm en leegte. Beide hebben hun plaats. De vorm geeft bedding aan de leegte; de leegte geeft ruimte en betekenis aan de vorm. Dat wordt prachtig verwoord in vers 11 van de Tao Te Tsjing van Lao Tse:
Leegte
Dertig spaken komen samen in één naaf
En dankzij het gedeelte waar niets bestaat
Beschikken we over een wagenwiel
Van klei wordt vaatwerk gevormd
En dankzij de ruimte waar niets bestaat
Kunnen wij ze als vaten gebruiken
Deuren en vensters worden in de muren van een huis gehakt
En omdat het lege ruimten zijn
Kunnen wij ze gebruiken
Zo genieten wij enerzijds van het bestaan
En maken wij anderzijds gebruik van niet-bestaan
(Bron: Tao Te Tsjing, vers 11 — vertaler en uitgave worden nog vermeld.)
Zoals een vat bruikbaar wordt door de lege ruimte die het omsluit, zo kan een voldoende ontwikkeld en geïntegreerd ‘iemand’ ruimte bieden aan de ervaring van ‘niemand’.
Je moet misschien eerst iemand worden, voordat je niemand kunt worden.